Liste der Interpretationen von
Michaël Deneweth (1991)
Einführende Bemerkungen
Diese Arbeit von Deneweth enthält 108 Interpretationen. Sie sind auf
holländisch geschrieben. Jeder Interpretation ist ein Kurzaufsatz über
die Bedeutung gewidmet, die in Form von sich reimenden Versen vorgetragen
wird; ebenfalls auf holländisch. Deneweth erläutert nicht, auf
welche Vorarbeiten er sich stützt.
Die Inhaltsangabe der Interpretationen auf den Seiten 183-185 weicht zum
kleinen Teil von den Interpretationen im Text ab. In diesen Fällen wird
auch diese Abweichung unterhalb der Deutung wiedergegeben. Die Betonungszeichen
(z.B. "één") wurden dieser Inhaltsangabe entnommen, da die
Wendungen im Text ausschließlich in Großbuchstaben und damit
unter Vernachlässigung der Betonungszeichen angegeben sind.
Literaturnachweis
Michaël Deneweth (1991): De spreekwoorden van Pieter Bruegel anno 1559.
Aartrijke: Decock.
Es sind in diesem Buch sowohl eine numerierte
schwarz-weiß-Abbildung, eine farbige Abbildung und zu jeder Interpretation eine handgemalte Skizze beigefügt.
1. Een duivel op een kussen binden.
2. Als het hek is van de dam lopen de varkens in het koren.
3. Onze Heer een vlassen baard aandoen.
4. Al zijn pijlen verschieten.
5. Door de mand gevallen.
6. De reis is nog niet gedaan al ziet men kerk en toren staan.
7. Daar is geen spit mee te wenden.
8. Kan ik geen ganzen hoeden laten het dan gansjes zijn.
9. Achter het net vissen.
Inhaltsangabe: Achter 't net vissen.
10. Een stok in 't wiel steken.
11. Voor wind is 't goed zeilen.
12. Te laat de put gevuld als 't kalf verdronken is.
13. De ene rokkent wat de andere spint.
14. De kap over de haag gooien.
15. Met twee monden spreken.
16. Naar de ooievaar kijken.
17. De paling bij de staart grijpen.
18. Tegen stroom op werken.
19. De gekken krijgen kaart.
20. Als twee honden knagen aan één been, komen ze zelden overeen.
21. Open kot of open kuil daarin steekt de hond allicht zijn muil.
22. Wie weet waarom de ganzen barvoets gaan.
23. Nauwelijks van het ene brood aan het andere geraken.
24. Zijn gat aan de poort vagen.
25. Twee vliegen in een klap.
26. Het is goed riemen te snijden uit andermans leer.
27. De deurring kussen.
28. Vrijen onder één dak is 't schande 't is gemak.
29. Rozen aan de varkens strooien.
30. Zijn haring braadt niet.
31. Als de ene blinde de andere leidt vallen ze beiden in de gracht.
32. De pilaarbijter.
33. Alles komt aan de zon.
34. De blok slepen.
35. Gescheurde muur is gauw ontzet.
36. Men moet het gebraad aan het spit leggen, terwijl het vuur brandt.
37. Waar er rook is, is er vuur.
38. Iets door de vingers zien.
39. Een klein visje smijten om een snoek te vangen.
40. Daar trekt de zeug de tap uit.
41. Tussen twee stoelen in de as zitten.
42. Ge moet U krommen om door de wereld te kommen.
43. Een zwarte hond onder twee witte.
44. De hennetaster.
45. Geduldig als een schaap.
46. Ze hangt hem de blauwe huik om.
47. Het vlees moet aan het spit begoten worden.
48. Als het huis brandt, warmt hij zich bij de kolen.
Inhaltsangabe: Als het huis brandt, warmt hij zich aan de kolen.
49. Van buiten bont van binnen stront.
50. Ze zijn over de bezem getrouwd.
Inhaltsangabe: Ze zijn over de bezemstok getrouwd.
51. Beren hebben.
52. Zijt ge een boer of een soldaat.
53. Het bijltje zoeken.
54. Bij de duivel te biecht gaan.
55. De een scheert hier de schapen en de ander 't verken.
Inhaltsangabe: De ene scheert hier de schapen en de andere 't verken.
56. De oorblazer.
57. Gapen tegen een oven.
58. De vos en de kraanvogel bij elkander te gast.
Inhaltsangabe: De vos en de kraanvogel bij elkaar te gast.
59. Van de os op de ezel springen.
60. 't Is naar 't vallen van de kaart.
61. Tegen de maan pissen.
62. Koren ziften in de wind.
63. Tot op de tanden gewapend zijn.
64. De ijzervreter.
65. Om het langste eind trekken.
66. Goede soldaten vrezen geen vuur.
67. Zie dat daar geen zwarte hond tussen komt.
Inhaltsangabe: Zie dat er daar geen zwarte hond tussen komt.
68. Angst doet de oude rennen.
69. Het mes door de buik van 't varken steken.
70. Het hoenderei grijpen en het ganzenei laten lopen.
71. De vlaaien wassen op het dak.
72. De wereld op zijn duim doen draaien.
73. De galg beschijten.
74. De grote vissen eten de kleintjes.
75. De dag met manden uitdragen.
76. De hond in de pot vinden.
77. Niemand zoekt een ander in de oven of hij is er zelf geweest.
78. Hij kan de zon niet in het water zien schijnen.
79. De kat de bel aanbinden.
80. Water en vuur in zijn handen dragen.
81. Paardekeutels zijn geen vijgen.
82. Een kaars voor de duivel aansteken.
83. Twee hoofden onder één kaproen.
84. Twee schijten door één gat.
85. De koek op het hoofd hebben.
86. Te patijne staan.
87. Het huikje naar de wind hangen.
88. De gek scheren.
89. Iemand scheren zonder zeep.
90. Op het wereld schijten.
91. De verkeerde wereld.
92. Iets door het oog van de schaar halen.
93. Met zijn kop tegen de muur lopen.
94. Op de kaak spelen.
95. Een oog in 't zeil houden.
96. Iemand bij de neus nemen.
97. Een ei in 't nest laten.
98. Met een ei zitten.
99. Daar hangt de schaar uit.
100. De kruik gaat zolang te water tot ze barst.
101. De haring hing aan zijn eigen kieuw.
102. Wie zijn pap gestort heeft kan niet alles oprapen.
103. Hij knaagt aan een been.
104. Lopen met 't vuur in de aars.
105. Hij heeft tandpijn achter zijn oren.
106. Op gloeiende kolen zitten.
107. Geld in 't water gooien.
108. De bezem uitsteken.
Copyright © Frank Detje
Copyright © electronic copy DE
PROVERBIO